Jaren geleden ontdekte ik het fenomeen weblog. Toevallig, zoals dat pleegt te gebeuren.
Urenlang las ik andermans zin en onzin, en klikte ik op gezette tijden verwachtingsvol op de diverse links in mijn favorietenlijstje.
Ik volgde, leefde mee, of zette knarsetandend mijn computer uit. Ik schaterde achter mijn bureau, baalde en soms, héél soms schreef ik een reactie.
Ik hield een dagboek bij, en besloot bij aanvang van mijn zoveelste lijnpoging zelf ook een weblog te beginnen. Als Megadikkevrouw bezoek ik nog steeds de logs die ik zelf altijd las.
Loggende kwam ik er achter hoe moeilijk het soms is te verwoorden wat je denkt/ meemaakt.
Megadikkevrouw heeft altijd al de neiging gehad weg te kruipen wanneer dingen (what's in a word?) zwaar zijn.
Niet thuis geven, wonden likken en vanaf een veilige plek nu en dan haar neus om de hoek steken.
Voor U als lezer is dat stomvervelend. Voor Megadikkevrouw idem.
Want ze weet natuurlijk zelf ook wel dat ze met verstoppertje spelen niets oplost.
En dat werk werk is.
Bedacht om genoeg te verdienen zodat je het dak boven je hoofd en je adsl-aansluiting kan betalen. En zo.
En dat werk afgerond dient te worden na een uurtje of 8-9, vooruit: 10, per dag. Ondertussen is Megadikkevrouw niet meer te stoppen. Sociale leven in de koelkast, extreem lange dagen/korte nachten, en buffelen maar. Vliegtuigen, verre bestemmingen, onpersoonlijke hotelkamers, meer noeste arbeid, en zo mogelijk nóg onrustiger worden daar je ieder gevoel van tijd verliest.
Al dat zwoegen, al dat reizen heeft het gevoel van missen niet kunnen wegnemen.
Hij is weg en blijft weg.
Mét mij missen anderen hem ook, hetgeen een schrale troost is.
We gaan nooit meer op reis, samen.
Hij gaat niet meer huilen van het lachen.
En ik ga daar op mijn beurt ook niet meer om lachen.
We bellen niet meer in het holst van de nacht om de slaapdronken ander te vertellen over alwéér een gouden vondst.
De discussies zijn verstomd.
Hij en ik dineren niet meer samen.
Delen niet langer de liefde voor muziek.
Doen elkaar geen mooie boeken meer cadeau.
Wat blijft zijn de herinneringen, het beeldmateriaal, de geluidsopnames, de teksten, en de plekken waar we samen tijd doorbrachten.
En langzaam dringt tot mij door dat dood echt dood is.
Het werd eens tijd om tevoorschijn te kruipen, en U te berichten. Misschien moest Megadikkevrouw maar wennen aan schrijven, óók, of misschien wel júíst wanneer dingen slechter dan slecht gaan.